Sober genieten
Toen ik op de basisschool zat, gingen mijn ouders op een avond uit eten. Er kwam een oppas om ons naar bed te brengen en mijn ouders gingen weg. De volgende dag hoorden we het verhaal. Mijn ouders waren naar een luxe restaurant gegaan. Ze waren ontvangen door obers in livrei die met handschoenen bedienden. Het eten werd opgediend in grote schalen. Maar toen de deksels van de schalen werden gehaald, konden ze nauwelijks hun lachen inhouden: onder de enorme deksels lagen hele kleine stukjes vlees, groente en aardappel. Het eten was zeer verfijnd, maar zo weinig, dat ze na afloop naar de snackbar gingen om een patatje te halen. Als gezin moesten we er smakelijk om lachen. En ik gaf mijn ouders groot gelijk: als je met een rammelende maag naar huis gaat uit een restaurant, dan is er iets mis.
Toch zit er wel een gedachte achter deze manier van eten: als je minder eet, dan proef je beter wat je eet. De smaak van het eten kan helemaal tot zijn recht komen. Je proeft elke hap, al zijn het er dan niet veel .De veertigdagentijd is van oudsher ook een periode om minder te eten. Tegenwoordig vult iedereen die periode op zijn of haar eigen manier In.
Maar wat je ook doet, het gaat er niet om dat je iets niet mag. Het doel is juist terug te gaan naar de basis. Bewuster te leven. Met het beeld van het etentje: te leren genieten van elke hap die je neemt, en zo stil te staan bij de rijkdom en de vreugde van het leven. Die houding komt ook naar voren in lied 392, een Avondmaalslied van Jaap Zijlstra met een mooie eenvoudige melodie van Wim Ruessink.
Wie kent de eenvoud van het breken, de stille omgang van het brood? Wie hoort de wijn van liefde spreken, een liefde sterker dan de dood?
Reageren? Dat kan!
e-mail:dependergertjan@gmail.com
Gertjan de Pender,
predikant van de Protestantse gemeente
Varsseveld.


