De jubilerende dominee.

Zondag 12 januari vond er een bijzondere dienst plaats in de Johanneskerk te Lichtenvoorde, waarin de jubilerende dominee zelf voorging. Dat was niet onopgemerkt gebleven, er was onmundig veule volk! Dominee Hinkamp nam dan ook even de tijd om rustig rond te kijken. Mensen van heinde en verre, die op welke manier dan ook op zijn pad kwamen. “Het deed hem zeer veel deugd”, zo sprak hij met een grote glimlach.

Dat Hans Hinkamp in de Achterhoek is geboren en getogen bleef ook niet onopgemerkt. Al heel snel verzoeken of hij niet eens een dienst in Achterhoeks dialect wilde verzorgen. Hij is betrokken bij de werkgroep ‘dialect en religie’, dus ook in deze bijzondere dienst hoorde toch tenminste één lied in de Achterhoekse spraoke. Met een kleine uitleg. Een geeteling, da’s ’n merel! Het was een dienst ‘op zijn Hinkamps’, voorzien van een vleugje humor. Op de psalmborden een groet van de kosters om te zien of de dominee ook vandaag wel scherp was, en zelf groette Hans Hinkamp voor de camera zijn moeder die thuis via livebeelden de kerkdienst volgde.

Wat waren die eerste woorden van 25 jaar geleden? ”Ik zou ze hier zo weer kunnen herhalen”, vertelde de dominee. “Dat krijg je als je naast je werk als predikant ook betrokken bent bij een kringloopwinkel, dan ga je wel eens dingen hergebruiken”. Is er eigenlijk wel iets veranderd in die 25 jaar? “ In het begin voelde iedere  overdenking op de preekstoel als een soort examen, met een beetje examenvrees”, aldus de jubilaris. Wat is er nou eigenlijk bij de gemeente blijven hangen van die eerste dienst? Het codewoord: “Glad! Nee, dat bunt wie neet glad vergaet’n!” “Nou, dat relativeert behoorlijk hoor”, reageert Hans. “Had ik daar als predikant uren geploeterd op een weldoordachte inhoudsvolle preek, en wat bleef mensen bij? Het weer”.

Predikantschap is meer dan alleen die ene preek op zondag. Natuurlijk mag je de waarde van een preek zeker niet onderschatten, maar ook weer niet overschatten. Dat geeft lucht, dat relativeert.

Een opmerking regelmatig gehoord de afgelopen 25 jaar:” Om te geloven heb je toch geen kerk nodig?”  Dan mis je toch wel veel van dat ‘samen’. Van verbondenheid met elkaar. Met elkaar meeleven in lief en leed. Bemoediging door de woorden van een preek (als het tenminste niet te glad is). Bemoediging door prachtige muziek of een even prachtige stilte. Contacten tijdens de koffie. (Soms mensen die voor die koffie naar de kerk komen, en de dienst maar voor lief nemen). Dat is met elkaar kerk zijn. Een gemeenschap om op terug te vallen, wie heeft dat niet nodig? Voor dominee Hinkamp is dat het mooiste geschenk van kerk zijn, het besef om samen ergens voor te staan. Om elkaar te dragen in lief en leed. Predikantschap is nog steeds een prachtige klus, een uitdaging om het evangelie door te geven. Op dit punt is er in 25 jaar heel veel en eigenlijk ook helemaal niets veranderd. De  25 jaren predikantschap begonnen eigenlijk al 38 jaar geleden, 25 jaar dominee en 13 jaar studie (“Dat lag overigens niet aan de studie maar meer aan de dominee”, grapte hij zelf). Hans Hinkamp vertelde dat hij predikant is geworden omdat hij werd geraakt door de boodschap van het evangelie. Nog een reden om predikant te worden was dat hij het best wel saai vond in die kerk. Als je dat vindt dan kun je weggaan, of proberen er wat aan te doen. En dat doet hij nu al 25 jaar met veel plezier.

De jubilaris vertelde dankbaarheid te voelen voor de ruimte om anders kerk te zijn, zoals ook tijdens de eigentijdse eigenwijze Passion Achterhoek. Hij is dankbaar voor het vertrouwen en de ondersteuning vanuit de gemeente. Geloven op een eigentijdse manier, hier en nu. Veel psalmen hebben als steeds terugkerend refrein: zing een nieuw lied voor de eeuwige, volgens dominee Hinkamp de kern van 25 jaar predikantschap. Zing een nieuw lied, niet steeds hetzelfde (oude) liedje voor en over God. Nog steeds gaat het om  het door-vertalen van heel oude woorden naar nieuwe eigentijdse situaties. Inspiratie vinden in nieuwe liederen of vormen, soms uitbundig en soms onhoorbaar. Geloven in de kracht van geloof, hoop en liefde.

Het was ook een dienst met vraagtekens in de liturgie, verassingen voor de jubilaris zelf.  Johan Meerdink sprak in vijf zinnen).

Mailen en appen doen Johan en Hans in ’t plat. “Moi Johan, ‘k heb hier wat spul, kiek maor of ie d’r wat mit kunt”. “Moi Hans, kump wal goed, as er maar geen bök’n tussen zit”. (vertaling: iets minder makkelijk zingbare liederen).  De onmisbaarheid van Hans bleek trouwens  toen de haperende  techniek de vertoning van nostalgische beelden in de weg stond. Beelden van een jonge Hans en  van jongere gemeenteleden. Hans loste op zijn hurken het probleem zelf op.

De meest bijzondere spreker deze ochtend was ongetwijfeld Sjors Tamminga. Niet alleen  omdat we zijn 25 jaar jongere versie even daarvoor op beeld hadden gezien. Maar ook omdat hij vandaag bij dit jubileum aanwezig was . Onlangs was Sjors zijn gezondheid namelijk serieus in groot gevaar. Eén van zijn mooiste herinneringen was een vrij recente, “dat we met zijn allen de stal ingingen voor de kerkdienst!” Een boer uit Zieuwent was naar Sjors toegekomen om te vertellen dat hij het ” ’n onmundig mooie mis had gevonden, en die pastoor Hinkamp, nou die mocht er ook wel wezen”. Ik denk dat ik namens iedereen spreek als ik dat beaam. Die Hans Hinkamp, den mag nog wel een hötjen blieven!

Het was met recht een feestelijke dienst.

 

 

 

 

 

 

 

De drie wijzen uit het oosten Toon, Jan en Johan, speelden onder andere prachtige Klezmermuziek. Artaban Bas, de vierde wijze bespeelde onderweg het orgel.

 

 

 

 

 

 

 

 

De cantorij had ook twee mooie liederen ingestudeerd.

 

 

 

 

 

 

 

En na de dienst gingen de feestelijkheden gewoon nog even door.

 

 

 

 

 

 

 

 

Dank aan ieder die aanwezig was.
Samen is toch het mooist.

 

Jannette van Egten

 

Share